Ik was klaar met een teamdag. De sessie was goed verlopen. Er was openheid geweest, er waren goede gesprekken gevoerd, er was een plan gemaakt voor de komende maanden.
Op de parkeerplaats liep ik een leerkracht tegen het lijf die ik die dag een paar keer had zien knikken zonder iets te zeggen. Ze keek me aan en zei: "Ik hoop dat het dit keer anders gaat. Maar ik geloof er eerlijk gezegd niet zo in."
Dat zinnetje vertelde me meer over de school dan alles wat er die dag in de zaal was gezegd.
De twee versies van de werkelijkheid
Elke school heeft twee versies van zichzelf. De officiële versie: wat er gezegd wordt in vergaderingen, wat er staat in plannen, wat de schoolleider vertelt aan de inspectie. En de informele versie: wat er gezegd wordt op de gang, bij de koffie, in de auto op weg naar huis.
In de officiële versie is er draagvlak, zijn er mooie ambities, wordt er gewerkt aan verbetering.
In de informele versie is er scepsis, zijn er zorgen, worden er vragen gesteld die in de vergadering niet gesteld worden.
Beide versies zijn waar. Maar de informele versie is bijna altijd dichter bij wat er werkelijk speelt. En de afstand tussen de twee versies is een directe maat voor hoeveel psychologische veiligheid er in de organisatie is.
Wat wordt er op de gang gezegd wat niet in de vergadering gezegd wordt?
Als je het antwoord niet weet, is dat op zichzelf al informatie. Het betekent dat de gangesprekken jou niet bereiken. En dat zegt iets over hoe mensen inschatten wat ze bij jou kwijt kunnen.
Wanneer heb jij voor het laatst iets gehoord dat je verraste?
Niet iets wat je al wist. Maar iets wat je niet had verwacht. Als het antwoord "lang geleden" is, krijg je mogelijk een gefilterde versie van de werkelijkheid.
Wat goede gangesprekken verraden
Gangesprekken zijn niet zomaar geroddel. Ze zijn de plek waar mensen verwerken wat er in de organisatie gebeurt, waar ze hun zorgen benoemen, waar ze elkaar steunen of ondermijnen, waar de echte mening gevormd wordt over besluiten die formeel al genomen zijn.
In een school met een gezonde cultuur zijn de gangesprekken en de vergadergesprekken niet ver van elkaar. Mensen zeggen in de vergadering wat ze op de gang ook zeggen. Er is geen grote kloof tussen de officiële en de informele versie.
In een school met een ongezonde cultuur is die kloof groot. In de vergadering is iedereen het eens. Op de gang is niemand het eens. En niemand benoemt dat verschil, want het benoemen zelf is ook niet veilig.
Hoe je het kunt verkleinen
De kloof verklein je niet met een tevredenheidsonderzoek. Je verkleint hem door aanwezig te zijn op de plekken waar de informele gesprekken plaatsvinden, en door mensen te merken dat je hun echte mening wilt horen, niet de beleefde versie.
Dat vraagt iets specifieks van een leider: de bereidheid om iets te horen dat oncomfortabel is, zonder onmiddellijk te verdedigen of te verklaren. Want als mensen merken dat eerlijkheid leidt tot uitleg of reactie, stoppen ze met eerlijk zijn.
Het begint met luisteren. Niet om te reageren. Maar om te begrijpen wat de gangversie van jouw school is.
En als die gangversie erg verschilt van wat er in de vergadering gezegd wordt, is dat niet een communicatieprobleem. Het is een cultuurprobleem. En cultuurproblemen beginnen bijna altijd bij het leiderschap, niet bij het team.
Dat is geen aanklacht. Het is een opening. Want wat bij het leiderschap begint, kan ook bij het leiderschap veranderen.