De schoolleider legde de lijst op tafel. Veertien initiatieven, gestart in de afgelopen vier jaar. Basisvaardigheden, teamleren, nieuwe vergaderstructuur, coachend leiderschap, IPC, ouderbetrokkenheid, digitale geletterdheid, kwaliteitszorg, begrijpend lezen, sociaal-emotioneel leren, nieuwe roosters, taal op alle vakken, formatief evalueren, inclusie.
Ik vroeg haar welke van de veertien echt waren geland.
Ze dacht na. "Twee misschien. Drie als ik grootmoedig ben."
Ze had alles goed gedaan. Draagvlak gecreëerd. Mensen meegenomen. Deskundigen ingevlogen. Studiedagen georganiseerd. En toch: drie van de veertien.
Het mechanisme achter de herhaling
Scholen die steeds opnieuw hetzelfde proberen, doen dat niet omdat ze dom zijn of koppig. Ze doen het omdat het patroon van de herhaling onzichtbaar is voor wie er middenin zit.
Het patroon werkt zo. Er is een probleem of een ambitie. Er wordt een initiatief gestart. De energie is hoog in het begin. Na verloop van tijd neemt de energie af, wordt het initiatief verdrongen door de waan van de dag, en stopt het zonder dat er iemand formeel besluit om te stoppen. Niemand evalueert wat er geleerd is. En bij het volgende initiatief begint dezelfde cyclus opnieuw.
Na drie of vier herhalingen weet het team wat er gaat gebeuren. Ze investeren minder energie, want ze weten dat het toch overwaait. De schoolleider ervaart weerstand en begrijpt niet waarom. En de vierde poging mislukt om dezelfde reden als de eerste drie: niet door het initiatief zelf, maar door het patroon eromheen.
Welke initiatieven zijn er de afgelopen drie jaar gestart in jouw school?
Schrijf ze op. Alle. En zet er dan achter: afgerond, lopend, of stilgevallen. Het patroon wordt zichtbaar in de verhouding tussen die drie.
Wat heeft jullie team het afgelopen jaar afgemaakt?
Niet gestart. Niet geprobeerd. Afgemaakt, met een zichtbaar resultaat in de praktijk.
Waarom stoppen zo moeilijk is
In de meeste scholen is stoppen met iets geen optie die serieus overwogen wordt. Stoppen voelt als falen. Als toegeven dat het niet werkt. Als teleurstelling voor de mensen die er energie in hebben gestoken.
Het gevolg is dat initiatieven niet worden stopgezet, maar langzaam verdwijnen. Ze staan nog op de agenda. Er wordt soms nog naar verwezen. Maar in de praktijk doet niemand er meer iets mee. De energie is weg, maar de verplichting blijft.
Dit is de kern van verandervermoeidheid: de organisatie draagt de last van alle initiatieven die ooit zijn gestart en nooit formeel zijn beëindigd. Dat kost energie, ook als er niets mee gedaan wordt.
Wat wel werkt
De organisaties die ik ken waar verandering wél landt, doen drie dingen anders dan de meeste.
Ze beginnen met stoppen. Voordat een nieuw initiatief wordt gestart, wordt de vraag gesteld: wat stoppen we zodat dit kan landen? Dat is geen leuke vraag. Maar zonder dat antwoord voegt het nieuwe initiatief zich bij de stapel van het vorige.
Ze vieren het afronden van dingen, niet alleen het starten. In veel schoolculturen is er aandacht voor nieuwe plannen en weinig aandacht voor het bereiken van wat er bereikt is. Dat verschuift de energie structureel naar het nieuwe, weg van het doorwerken.
Ze evalueren eerlijk, ook als het niet gelukt is. Niet om schuld te verdelen, maar om te begrijpen wat het patroon was dat het initiatief heeft gestopt. Want als dat patroon niet benoemd wordt, is het er bij de volgende poging gewoon weer.
Een eerlijke vraag
Als je nu een nieuw initiatief overweegt: wat is er anders dan de vorige keer? Niet in het initiatief zelf. In het patroon eromheen.
Als het antwoord vaag is, is de kans groot dat de vierde poging hetzelfde verloopt als de eerste drie. Niet omdat jij het niet goed doet. Maar omdat het patroon sterker is dan het plan.